
30-10-2002 Afscheidswoord voor Alberta
Vorige vrijdag heeft Alberta Partisani
afscheid genomen van het leven. Vandaag nemen wij afscheid van
haar. Elk van ons heeft haar op zijn of haar eigen manier gekend;
van elk van ons gaat een stukje - of een flink stuk - leven
met haar heen.
Want eigenlijk zou hier moeten staan dat wij afscheid nemen
van de vele Alberta Partisani's die zij in haar intens en rijkgevuld
bestaan in zich heeft verenigd.
De jonge Italiaanse neerlandica bijvoorbeeld, die in 1970 naar
Amsterdam komt. Zij komt, ziet en overwint; zij laat met haar
schoonheid en spontaneïteit tal van harten sneller slaan;
zij leert zowat alles kennen wat deze bruisende stad te bieden
heeft; en zij besluit te blijven. Uiteindelijk brengt zij hier
een groter deel van haar leven door dan in haar geboorteland.
De Alberta dan, die zich ook in Nederland inzet voor de Italiaanse
gemeenschap hier, en die later - vanuit een gelijkaardig politiek
en sociaal engagement - aan de slag gaat voor het Amsterdamse
Vluchtelingenwerk. Jarenlang is zij daar steun en toeverlaat
voor politieke vluchtelingen uit Latijns-Amerika, van wie velen
tot vandaag goede vrienden zijn gebleven.
Het vluchtelingenwerk is voor haar zoveel meer dan een baan;
het is een tastbare manier om zich in te zetten voor de rechtvaardiger
wereld die haar altijd en in alles voor ogen is blijven staan.
Maar zodra zij zichzelf in dat werk niet meer terugvindt, gaat
zij andere wegen bewandelen.
Want zo is Alberta: of zij zet zich volledig in, met hart en
ziel, of gewoon niet. Halfslachtigheid is aan haar niet besteed.
Haar onvermoeibaar streven, haar onblusbaar engagement gaat
voortaan een andere richting uit.
Jarenlang heeft Alberta in haar jeugd het ideaal gekoesterd
kunstenares te worden. Halfweg de jaren tachtig acht zij de
tijd daarvoor aangebroken - hoe moeilijk de materiële omstandigheden
ook zijn, nu zij er met haar zoon Piero alleen voorstaat.
Zij behoort zonder twijfel tot de meestbelovende afgestudeerden
van de Rietveld-academie; maar al gauw moet zij als kunstenares
ondervinden dat het er in die wereld niet mooier aan toe gaat
dan in alle andere: wie het spel van mode en macht niet meespeelt
komt niet of nauwelijks aan de bak.
Dat brengt haar overigens niet van haar stuk, beweegt haar niet
tot toegevingen. Integendeel: zij werkt onvermoeibaar door,
en gaat steeds dieper in op de essentiële vragen rond kunst,
leven en schoonheid.
Haar notitie-cahiers maken duidelijk dat haar hartstochtelijke
inzet als kunstenares geen breuk betekent met het sociale engagement
voordien. Geestdriftig stemt zij in met de grote Russische avantgardist
Malevitsj, die meent "dat niet het leven de inhoud van
de kunst zal zijn, maar dat de kunst de inhoud van het leven
moet worden, aangezien alleen dan het leven mooi kan zijn."
Voor Alberta hangen maatschappelijk en artistiek engagement
samen. Zij vloeien allebei voort uit een bron, een motivatie:
de verwevenheid van ethische en esthetische bekommernis. Je
zou haast kunnen zeggen dat voor haar lelijkheid een fundamentele
vorm van onrecht is, onrecht een fundamentele vorm van lelijkheid.
Daarom ergert zij zich ook steeds vaker en steeds heftiger aan
een maatschappelijke ontwikkeling waarin toenemende smakeloosheid
gepaard gaat met toenemende onverschilligheid, en aan een evolutie
in de kunst waarin verpakking, vormencultus en oppervlakkigheid
de overhand halen op inhoud en reflectie.
Soms belt zij vrienden op om eens flink haar ongenoegen te luchten
over die evoluties. Zij kan dan - zoals ook in gesprekken of
notities - heel fel zijn, sarcastisch of superieur vernietigend,
woedend-tot-wanhopig. Want zij verwacht zoveel meer van het
leven, van de kunst. Ja, Alberta stelt hoge eisen. Aan de kunst,
aan wie zich kunstenaar noemt, aan het leven en aan de samenleving,
aan anderen en vooral aan zichzelf. Compromissen (van welke
aard ook) zijn niet haar ding. Zij legt de lat hoog, en betaalt
daarvoor de prijs. Teleurstellingen op politiek, artistiek en
menselijk vlak blijven haar niet bespaard, en al te vaak moet
aanvankelijk enthousiasme het veld ruimen voor bittere ontgoocheling.
Daarom is de moed waarmee zij haar eigen weg blijft gaan des
te indrukwekkender. Wie in de voorbije jaren over deze thema’s
met haar heeft gepraat, beseft meteen dat begrippen als ‘zacht’
en ‘rotsvast’ , ‘minzaam’ en ‘verbeten’
perfect kunnen samengaan in een persoon, in een blik of intonatie.
Indrukwekkend is ook hoezeer haar enthousiasme, haar onvermoeibaar
streven, haar vragen en doorvragen de mensen rond haar inspireren
en moed geven.
Die onverwoestbare innerlijke kracht, waarvan zij tot in de
allerlaatste uren blijk geeft, put zij uit haar nooit aflatende
zoektocht naar essentie, authenticiteit, zuiverheid.
In een ontroerend chanson heet het: “dood ga ik pas, als
jij me bent vergeten”. Vast staat: wie het voorrecht had
deze bijzondere vrouw te kennen, zal haar nooit vergeten.
Dertig jaar lang leeft Alberta met
een voet in Italië, met de andere in Nederland. Al die
tijd volgt zij zeer geboeid wat in zuid en noord gebeurt, met
de kritische - en steeds kritischer - blik van de halve buitenstaander.
Voor de onvolkomenheden van de Noord-Europese sociaal-democratische
welzijnsstaat is zij niet blind; in de voorbije maanden heeft
zij die onvolkomenheden ook letterlijk aan den lijve ondervonden.
Maar evenmin maakt zij zich illusies over de politieke evolutie
in een Italië dat door de commerciële televisie wordt
geregeerd.
Af en toe maakt zij er zich vrolijk over dat zij als Italiaanse
haar geboorteland - toch eeuwenlang pelgrimsoord bij uitstek
voor kunstenaars van alle slag - heeft verlaten om haar eigen
artistieke ontwikkeling te laten openbloeien. Misschien verklaart
dat juist waarom zij zich zo sterk concentreert op de essentie,
die niet aan plaats of tijd is gebonden.
Haar ervaring als migrant, als pelgrim tussen twee werelden,
doordrenkt een van de fundamentele thema’s van haar kunst:
de nood aan communicatie tussen uiteenlopende individuen, groepen,
taalvormen, leefwerelden - en de obstakels die deze communicatie
in de weg staan. Zij haalt inspiratie uit het jongleren met
Griekse en Latijnse woorden, en ontwaart juist als nieuwkomer
ook in het Nederlands onvermoede taal- en gedachtensprongen.
Ettelijke ingevingen zijn nooit tot project gerijpt, ettelijke
projecten nooit verwezenlijkt geraakt. En wat tenslotte wordt
getoond, valt niet altijd makkelijk te doorgronden. Maar wanneer
Alberta dan met mensen praat over wat en waarom en hoe, lichten
hun ogen op en zie je ze op een heel nieuwe manier naar binnen
kijken in een tot dusver onvermoede werkelijkheid.
Licht is een ander, en het absoluut centrale thema in haar werk.
Oeverloos zouden wij daarover kunnen doorbomen, zoals Alberta
dat door de jaren heen zo vaak heeft gedaan, vanuit telkens
nieuwe invalshoeken, met telkens nieuwe ideeën, telkens
nieuwe paden verkennend.
‘Licht’ is de per definitie ontastbare maar overal
onmiskenbaar aanwezige leidraad in haar werk. Zij vertelt hoe
zij als kind in Italië gefascineerd werd door het spel
van enkele zonnestralen op de zijderupsen aan de zoldering van
een schuur. Jaren later schildert zij haar ‘Cocons’,
en vindt ook de woorden voor die ervaring: “hier is licht
materie geworden”. Zij experimenteert met heel uiteenlopende
vormen en materialen, maar in essentie probeert zij altijd opnieuw
het licht te vatten, het tastbaar te maken in materie. Een onmogelijke
opdracht natuurlijk, maar daarom juist voor Alberta de opperste
en blijvende uitdaging.
Van de diepte van deze confrontatie kunnen wij ons slechts een
heel onvolkomen beeld vormen; ze heeft in elk geval prachtig
werk opgeleverd.
In die zin is het geen toeval dat Alberta heftig betoogt dat
de tegenstelling tussen figuratief en abstract eigenlijk een
valse tegenstelling is.
En nog veel minder kan het toeval zijn dat Alberta langs de
fascinatie voor het licht iemand ontmoet die deze fascinatie
deelt. Wanneer zij met Marnix aan “The Book of Light”
werkt, springt tussen hen de vonk over.
Het licht dat Alberta zo fascineerde heeft haar ultieme levensgezel
Marnix - en allen die Alberta dierbaar waren - in de voorbije
duistere dagen kracht gegeven. Moge het ons ook in de toekomst
begeleiden.
|